Vliegjes op de radar

De Mayfly

De Mayfly of eendagsvlieg

Een opvallend fenomeen eerder deze week. De neerslagradar in La Crosse, Wisconsin pikte plots een enorme uitdijende radarecho op in de avond. Van neerslag was geen sprake maar toch leek het wel of er een enorme buienlijn ontstond.

Wat de radar feitelijk waarnam was dat er miljarden eendagsvliegjes (Mayflies) uit het water van Mississippi Rivier kwamen en de lucht invlogen. De zuidenwind zorgde ervoor dat de vliegjes naar het noorden werden gedreven hetgeen ook goed te zien is op de radarbeelden.

Het radarbeeld van La Crosse

Het radarbeeld van La Crosse

Ook dorpjes en steden langs de rivier kregen te maken met een invasie van deze kort levende vliegen. De vliegjes leven niet lang maar wel net lang genoeg om nieuwe eitjes te leggen. Een dergelijke uitbraak komt tijdens de warme periode een paar keer per jaar voor.

Vliegen, vliegen en nog eens vliegen.

Bronnen: Washington Post, Fish and Wildlife Conservation Office
Foto kop Kelly Gardner via NWS

Iedere dag meer

Het was een drukte van belang. Honderden, duizenden, nee, miljoenen kleine wolkjes zweefden in lagen rond de aarde. Hij zat ook op zo’n wolkje. Een CL410x. Een modern wolkje met een klassieke uitstraling. Het wolkje was volgestopt met Hi-Tech maar had bijvoorbeeld wel een oud eiken roer. Gewoon omdat het kon, het had net even meer cachet.

Hij had zijn hypergoggles, een bril die hij altijd op moest, op ‘all on’ staan. Zo zag hij al de wolkjes om hem heen. Het was vreselijk druk. Ontelbare verdiepingen met wolkjes draaiden er om de aarde. En op iedere wolk zat iemand met hypergoggles op. Met ‘all on’ kon je elkaar zien. Je kon zwaaien naar de ander maar dan moest hij of zij natuurlijk ook op zijn wolk drijven met de ‘all on’ geactiveerd. Praten of andere interactie met de ander was niet mogelijk. Je kon ook niet botsen. De meesten probeerden uit beleefdheid te ontwijken door aan het roer te draaien maar als je te laat was ging je gewoon dwars door iemand heen. Niemand die er last van had. Je hoorde alleen een soort ‘woeezz’ als je door iemand heen dreef. Eigenlijk was dat sturen gewoon bezigheidstherapie. Daar was hij na een paar weken wel achter gekomen. Hij had zijn goggles tegenwoordig ook vaak op ‘all off’ staan. Dan was het heerlijk rustig en zweefde je in je eentje rond.

Zeventien weken en vier dagen geleden was hij op zijn wolk terecht gekomen. Onverwachts. Hij liep vlakbij zijn huis en stak de straat over. Een jong automobilist, druk in de weer met zijn mobieltje, kwam met een gruwelijke snelheid de bocht om en kon hem niet meer ontwijken. Hij werd geschept, vloog door de lucht en belandde precies met zijn nek op de stoeprand. Hoeveel pech kon je hebben? Het was even zwart geworden en toen zat hij op zijn wolk. Later bleek het de CL410x te zijn.

De eerste dagen had hij zich verdiept in de werking van de wolk en nu zweefde hij vrijwel al de tijd op kilometers hoogte boven zijn oude vertrouwde woning. Met zijn Ultraviewer die in de bodem van de wolk was ingebouwd kon hij details op aarde tot op een centimeter nauwkeurig bekijken. Zo keek hij vaak naar zijn vrouw en naar zijn kinderen als ze rond het huis waren. Via een hippe Enhance methode kon hij onder een hoek kijken waardoor hij via de ramen kon zien wat er binnen gebeurde.

In het begin had hij hun verdriet gezien. Het was verschrikkelijk voor hem geweest want hij kon ze niet steunen. Inmiddels pakten zij hun leven zo goed mogelijk op en ging het beter. Ze lachten weer wat vaker en dat vond hij fijn. Hij hoopte oprecht dat zijn vrouw nieuw geluk zou vinden.

Hij keek nog eens door zijn kijker. Er waren geen atmosferische wolken dus hij hoefde zijn ‘Waterfade’ lens niet te activeren. Die lens poetste de wolken elektronisch weg waardoor je gewoon naar beneden kon kijken. Het beeld was met de speciale lens meestal wel iets troebeler maar nu was zijn scherm haarscherp. Hij zag zijn vrouw buiten in de zon zitten. Ze lachte naar een vriendin. Het ging beter met haar. God, wat hield hij van deze vrouw en hij voelde dat het iedere dag meer werd.

Hij bleef turen. Een brok in zijn keel probeerde hij weg te slikken. Het lukte niet. Hij miste haar en het werd steeds erger. Het was al zo lang geleden dat hij haar vast had gehouden. Hij verweet zichzelf dat hij haar niet vaker stevig had vastgehouden. Hij had het echt veel vaker moeten doen. Nu kon het niet meer. Was de afstand eeuwig te groot.

Met tranen in zijn ogen zoomde hij uit. Een druk stationsplein werd zichtbaar. Mensen liepen in alle haast voorbij. Ze hadden geen tijd en ze hadden geen aandacht voor elkaar. Ze waren alleen druk met zichzelf en hun mobieltjes. Wisten ze maar beter. Het kon zo afgelopen zijn.