Na de sneeuw van vandaag is nu het afkoelen begonnen. De minimum- temperaturen gaan als een speer naar beneden en de KNMI stations Marknesse en Lelystad hebben inmiddels al waarden geregistreerd die doorgaan voor strenge tot zeer strenge vorst.
Het sneeuwdek is een belangrijke factor om de temperatuur zo extreem te laten zakken. Verder moet het helder zijn en als het even kan (bijna) windstil. Op die manier kan er een microklimaatje ontstaan dat zijn eigen leven leidt in een gebied van een paar honderd meter.
De drie elementen moeten perfect in balans zijn en als het even kan niet teveel verstoord worden. Bij meer wind krijg je menging van lucht uit de omgeving die vaak warmer is. Lucht bijvoorbeeld die langs een verwarmd gebouw strijkt of over een snelweg stroomt met veel verkeer. Ook kan een wolkendek de temperatuur weer doen stijgen omdat wolken de uitstraling temperen en weerkaatsen waardoor de ‘warmte’ terugkomt.
Maar waarom koelt het dan zo sterk af boven een sneeuwdek als er geen wind is en geen bewolking? Sneeuw heeft de eigenschap al het zichtbare licht te reflecteren maar dat is voor dit nachtelijke proces niet zo belangrijk. Het gaat er om dat de infraroodstraling die de aarde uitstraalt, geabsorbeerd wordt door de sneeuw. Hierdoor kan lucht boven de sneeuw sterk afkoelen in een korte tijd.
Tijdens die afkoeling kunnen er prachtige dichte witte mistbanken ontstaan zoals we die ook vanavond zagen. Maar de afgekoelde lucht kan ook verrijpen. Waterdamp gaat dan direct over in de vaste vorm. Bij dat proces komt warmte vrij en gaat de temperatuur weer iets stijgen.
In dit soort situaties zie je dan vaak dat de temperatuur gaat jojo-en. Daarnaast wordt het microklimaatje verstoord door lokale turbulente stromingen die een temperatuurstijging tot gevolg hebben. En dan kan het afkoelproces opnieuw beginnen. In dat ge-jojo kan de temperatuur dan in korte tijd weer een aantal graden oplopen om dan vervolgens weer iets lager uit te komen. Een minimumtemperatuur is dan moeilijk te voorspellen. Het zijn wel dit soort stralingsdagen die in het algemeen de kouderecords vestigen.












