Ik ben getroffen door een flits

Wat een lol vanmorgen op basisschool De Dukdalf in Almere Buiten. Ik mocht daar een presentatie geven aan groep 3 en 4 (6 tot 7 jaar) over het weer en de seizoenen. Ik dit doe dit wel vaker maar dit was ongetwijfeld de jongste groep waar ik ooit een verhaal aan heb verteld. Het was enorm leuk. De kinderen zijn bijzonder enthousiast en vroegen me de oren van het hoofd. Vrijwel het hele uur keek ik naar een woud van kindervingers die van alles wilden weten of antwoord wilden geven op mijn vragen.

Soms ook hele slimme vragen zoals ‘Gaan treinen eerder rijden als er blaadjes vallen in de herfst?’ of ‘Kan er in Nederland ook een tornado komen.’ Maar ook werden er spontaan verhalen verteld. Zo was er een jongetje dat samen met zijn vriendje in een boomhut getroffen was door een bliksemflits. Het jongetje zag er gelukkig nog kerngezond uit. Een meisje vertrouwde mij toe dat ze gek was op stenen pizza’s hetgeen ik vreemd vond. Navraag leerde echter dat het hier om pizza’s ging die in een steenoven werden gebakken. Opvallend veel kinderen waren ook vergeten wat ze wilde zeggen als ze de beurt kregen. “Ik weet het niet meer” klonk het dan beduusd.

Een meisje wilde weten of het in Gambia wel eens sneeuwde en een ander meisje vroeg of het in Suriname wel een stormde zoals in Amerika. Weer een ander riep dat hij naar alle weermannen op televisie keek. ‘Weermannen zijn cool!’ juichte hij bijna. Super om te horen. O yeah, dude!

Ik had het zelf even moeilijk bij het uitleggen van het ‘ontstaan’ van seizoenen. Dat is namelijk al lastig uitleggen aan mevrouw Van Zetten uit Tiel, laat staan aan een groep kinderen van zes tot zeven jaar. Ik probeerde het nog met een animatie van de aarde om de zon maar uiteindelijk heb ik gesmokkeld en gezegd dat de aarde soms verder van de zon staat (winter) en soms dichterbij (zomer). De hellingshoek van de rotatieas heb ik maar achterwegen gelaten.

Na afloop zorgden de Omroep Flevoland zadelhoesjes (die ook prima dienst kunnen doen als regenpet) voor veel hillariteit. En nadat ik een prachtig bos kleurplaten en chocoladeletter in ontvangst had genomen zat de geslaagde ochtend erop. Bij het weggaan kwam er nog een mannetje naar mij toe schuifelen. ‘Weerman’ zei hij zacht, ‘Zijn alle mensen in Afrika zo groot?’ Ik keek hem verwonderd aan. ‘Nee hoor, niet allemaal’, fluisterde ik en geruststellend legde ik mijn hand op zijn schouder, ‘Er zijn ook kleine Afrikanen.’ Ach, een weerman weet ook alles…